Secularisme – een weg naar bevrijding of onderdrukking?

De filosoof Leibniz sprak in de 18e eeuw van de “beste van alle mogelijke werelden”, waarin wij leven. Hij was van mening dat zijn tijd die beste wereld reeds had verworven, ook omdat God de best mogelijke wereld had geschapen.

Nu, enkele eeuwen later zijn wij weliswaar niet meer zo optimistisch, maar het streven naar een betere wereld is gebleven, politiek, economisch, cultureel en religieus. In dit streven heeft de stroming van het secularisme een vaste plaats gekregen, waarbij zij haar doelstelling vooral richt op een volledig “wereldlijke wereld”. Pas wanneer de wereld bevrijd zou zijn van alle ideologische, religieuze en onderscheid makende ideeën, zal voor allen een wereld van tolerantie en rechtvaardigheid bereikt worden. Hoe argumenteert het secularisme om dit doel te bereiken? Wie zijn de voor- en tegenstanders? Uit welke krachbronnen put deze stroming? Wat gebeurt met mensen die aan een religieuze of ideële overtuiging willen vasthouden? En: zijn wij niet allen reeds geseculariseerde mensen in een secularistische wereld?

Op deze avond willen wij onderzoeken of 500 jaar na het verschijnen van Erasmus’ ‘Utopia’ ook deze gedachtenstroming van een bevrijde, wereldlijke wereld een utopie blijkt te zijn, of dat dit model de koningsweg is naar een globale harmonische samenleving.

Vrijdag 16 september 2016, 19.00 uur

Inleider: Dr. Detlef Rohling, priester van het bisdom Roermond. Gepromoveerd aan de universiteit van Keulen tot doctor in de  loso e. Hij is docent  loso e aan het Grootseminarie Rolduc en hier tevens bibliothecaris.


Monastiek leven

Na een korte afbakening van het betekenisveld van het woord monastiek en na een korte historische schets, zal het monastieke leven worden ontvouwd als een leven dat tot in de concrete levensvorm toe het theocentrische karakter serieus neemt van de mens in het algemeen en van de christen in het bijzonder. Pas door het zwaartepunt van je leven te verleggen weg van jezelf tot in God, pas door je laten wegtrekken uit jezelf tot in God, vindt de mens zijn of haar ware grootheid en eigenlijke bestemming. Het monnikenleven is bij uitstek een school daartoe en een teken daarvan. De fascinatie die velen, ook buiten de Kerk, voor het monnikenleven voelen, getuigt dat het iets uitdrukt dat in ieder mensenleven aan de orde is. Monnikenleven is vanaf de oorsprongen ervan een tegendraads leven geweest dat zich wil losmaken van culturele en maatschappelijke en mentale patronen die beperkingen en verdraaiingen inhouden van de menselijke vrijheid en beschikbaarheid om zich geheel door God te laten inpalmen. Patronen die – als ze al geen egocentrisme weerspiegelen en bewerken – minstens antropocentrisch georiënteerd zijn. In de woorden van de oude monastieke traditie: het monastieke leven is een omvormingsproces van hoogmoed tot nederigheid (humilitas): omvorming tot vruchtbare grond (humus) waarin het zaad van Gods Woord kan gedijen, en dus ook in de plaats van de egocentrische ik-mens een wij-mens kan groeien. Monniken- leven is dan ook veelal een leven in gemeenschap.

De ontwikkelingsweg van het monastieke gebed – en eigenlijk die van elke christelijk gebed – deelt in dat omvormingsproces, om uit te monden in een staat van nederig, theocentrisch (en dus trinitarisch) bidden: niet meer wij bidden maar de Geest van Christus, die ons met en in Christus mee-ademt naar de Vader.

Vrijdag 21 oktober 2016, 19.00 uur

Inleider: br. Malachias Huijink o.c.s.o., studeerde theologie aan de Katholieke Theologische Universiteit Utrecht, en trad in 1982 in bij de Cisterciënsers-Trappisten van Abdij ‘Lilbosch’ te Echt. In 1987 legde hij zijn plechtige monnikengeloften af en ontving hij de monnikswijding. In 1988 werd hij priester gewijd. Sinds 2009 is hij abt van zijn gemeenschap.


Geweld en staat, godsdienst en vrijheid

De huidige verhoudingen in het Westen tussen staat, godsdienst en het gebruik van geweld worden in grote mate bepaald door het heersende beeld over de vermeende godsdienstoorlogen in de 16de en 17de eeuw. Volgens dat beeld heeft het nietsontziende geweld dat inherent is aan godsdienstige con icten toen tot een secularisering van de staat en haar geweldsmonopolie geleid. Er zou blijkbaar iets zijn als ‘religie’ dat wezenlijk meer neigt tot geweld dan ‘seculiere’ motieven en bewegingen, en dus moet de staat worden afgeschermd van die religieuze twisten. Ook naar aanleiding van de herhaaldelijke terreuraanslagen hoort men vaak dat een scheiding tussen religie en staat de enige heilsweg is. In een eerste deel wordt dat historische beeld middels het werk van William Cavanaugh kritisch doorgelicht. In een tweede deel wordt dan op een meer systematisch- loso sche manier de verhouding tussen de staat en haar geweldsmonopolie enerzijds, godsdienst anderzijds, en de relatie van beiden tot verschillende vormen van vrijheid behandeld. Daarbij worden er drie modellen voorgesteld en kritisch besproken, te weten een model van wederzijdse onafhankelijkheid, een model van wederzijdse dominantie, en een model van onderlinge in staat stellende voorwaarden. Centraal daarbij is de subtiele verhouding tussen waarheid en vrijheid, waarbij vrijheid enerzijds als voorwaarde geldt om de waarheid te kunnen ontdekken en beamen, en waarheid anderzijds als voorwaarde geldt om werkelijk vrij te kunnen zijn. Het eerste model benadrukt die eerste voorwaarde, het tweede model de tweede voorwaarde, en het derde model tracht beiden tegelijk te doordenken.

Vrijdag 25 november 2016, 19.00 uur

Inleider: Drs. Michaël Bauwens behaalde een BA, MA en MPHil in de wijsbegeerte aan de KU Leuven, waar hij momenteel als doctoraal onderzoeker op een FWO project werkt aan een proefschrift over de ontologie van instituties.


Ethiek en media: tussen macht en moraal

Als moderne burgers leven we in een ‘mediacratie’, een samenleving waarin de wetmatigheden van de media (‘medialogica’), beeldvorming en de publieke opinie een belangrijke rol spelen. Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie volgen elkaar in sneltreinvaart op en dwingen tot permanente re ectie, onder meer op thema’s als betrouwbaarheid en privacybescherming. Daarnaast is er sprake van een toenemende commercialisering; het marktdenken zal naar verwachting een steeds grotere rol gaan spelen en dus een steeds grotere bedreiging vormen voor de journalistieke onafhankelijkheid. Bovendien is er sprake van een vervaging van grenzen tussen genres; de afstand tussen nieuws- en actualiteitenprogramma’s en entertainmentprogramma’s wordt kleiner.

Dat betekent dat mondige burgers kritisch moeten kijken naar oude en nieuwe media: hoe betrouwbaar is de informatie die we elke dag tot ons nemen? Is er sprake van een “Lügenpresse”? Mogen journalisten publiceren wat ze willen? Moeten ze altijd zeggen wie ze zijn en wat ze doen? Welke keuzen maken journalisten? Wanneer mogen schokkende foto’s worden geplaatst en afschuwelijke beelden uitgezonden? Welke nieuwe kwesties dienen zich aan, bijvoorbeeld het recht om te worden vergeten? Waar liggen de grenzen van de persoonlijke levenssfeer wanneer de media steeds meer aandacht besteden aan het privéleven van bekende mensen? Wat betekent de beschikbaarheid van privégegevens op sociale netwerksites als Facebook voor de standaarden van de traditionele media? Wordt internet de nieuwe norm? Welke ethische regels zijn er? Ethiek is een kwestie van het afwegen van principes, belangen en argumenten, bijvoorbeeld tussen uitingsvrijheid en privacybescherming. De media-ethiek als vorm van toegepaste ethiek houdt zich bezig met de systematische re ectie op morele dilemma’s in oude en nieuwe media.

Vrijdag 6 januari 2017, 19.00 uur

Inleider:

Dr. Huub Evers studeerde theologie en ethiek. Hij promoveerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op een proefschrift over morele normen in de journalistiek. Van 1980 tot 2012 was hij hoofddocent media-ethiek en lector aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Hij is lid van de Raad voor de Journalistiek. Hij publiceert geregeld en geeft in binnen- en buitenland gastcolleges en spreekbeurten over media en ethiek.


Orgaandonatie als geschenk of bedreiging?

Door het grote tekort aan orgaandonoren probeert de overheid geregeld nieuwe manieren te bedenken om het aantal registraties van potentiele donoren te verhogen. Hierbij horen niet alleen publiciteits- en bewustwordingscampagnes, maar ook de poging om te komen tot een standaard-registratie van iedereen als orgaandonor waartegen men dan bezwaar kan maken. Dit zogenaamde ‘opt-out’ systeem lijkt het tekort aan donoren weliswaar te verkleinen, maar van de andere kant voelen we ons er meestal ook wat ongemakkelijk bij.

Dit ongemak komt omdat we orgaandonatie beschouwen als iets dat een zuivere daad van naastenliefde zou moeten zijn. Daarnaast zijn er nog andere ethische overwegingen. Gaat donorschap bijvoorbeeld niet in tegen de verschuldigde eerbied voor het lichaam en voor het leven? Mogen er  nanciële consequenties aan verbonden worden? Is het moreel aanvaardbaar om onderscheid te maken bij wie in aanmerking komen voor organen? Tenslotte is ook de vraag naar het moment van het sterven bij orgaandonatie bijzonder van belang. Vele organen vereisen immers dat de bloedsomloop intact blijft en is toch ook de dood van de donor onvermijdelijk omdat het om vitale organen gaat. Hoe dit samen kan gaan is een bijzonder spannende vraag. Is het beschikbaar zijn als orgaandonor niet een uitlokken van een snellere dood, doordat artsen weten dat er bij het sterven organen en weefsels beschikbaar komen? Deze en andere ethische aspecten komen aan bod in deze lezing.

 Vrijdag 3 februari 2017, 19.00 uur

Inleider: Dr. Lambert Hendriks, priester van het bisdom Roermond. Gepromoveerd tot doctor in de gewijde theologie aan de Lateraanse universiteit in Rome. Rector van het Grootseminarie Rolduc en tevens docent ethiek en moraaltheologie aan dit instituut.


Hoe ben ik katholiek in deze tijd?

Wat betekent het om katholiek te zijn in Nederland vandaag de dag? De vraag stellen is gemakkelijker dan hem beantwoorden. Daarnaast zal hij bij veel katholieken niet direct optimisme oproepen: kerksluitingen zijn aan de orde van de dag, geloofstaal verdampt en jongeren blijven weg. De Rooms-katholieke kerk lijkt in Nederland in crisis te verkeren en er is op dit moment weinig om trots op te zijn. Maar is dit het hele verhaal?

Volgens Thijs Caspers niet. Hij opent deze avond voor u een aantal perspectieven die een nieuw licht werpen op wat ‘katholiek-zijn’ in deze tijd kan betekenen. Hij gaat met u op zoek naar taal om het eigen geloven en handelen duidelijker onder woorden te kunnen brengen. Door ons bewuster te zijn van de “bronnen” waaruit wij drinken, kunnen katholieken immers gemakkelijker bruggen slaan tussen het geloof en de eigentijdse samenleving.

Caspers’ bronnenonderzoek richt zich allereerst op het ponti caat van Paus Franciscus. Wat heeft deze Paus ons te vertellen? Wat kunnen wij van zijn daden leren? In het verlengde van Paus Franciscus wordt het katholiek sociaal denken nader bekeken. Deze katholieke visie op goed samenleven bevat een aantal waardevolle richtingwijzers die ons kunnen helpen op verhaal te komen in de wereld van nu.

Vrijdag 10 maart 2017, 19.00 uur

Inleider: Thijs Caspers is theoloog en als gastonderzoeker verbonden aan Tilburg University


Kerkelijke kunst? Moest verboden worden...

Voor ons is kerkelijke kunst de meest normale zaak van deze wereld. Alle kerken die we binnenkomen staan vol kunst : beelden, schilderingen, ramen, versieringen. Maar dat is niet altijd zo geweest. Er was immers ooit een “beeldenverbod”.

Een “beeldenverbod” hebben wij, in onze orthodox-katholieke cultuur, ook gekend met de crisis van het “iconoclasme”, toen ikonen op de brandstapel gingen. Ook het calvinisme kent een beeldenverbod. De Heidelbergse Catechismus is er uitgesproken duidelijk over. En Erasmus, in zijn Lof der Zotheid, spot maar al te vrolijk met beeldenverering. Kerkelijke kunst is ook niet altijd goed begrepen. Bernardus, de founding father van de cisterciënzers, begrijpt de romaanse beeldhouwkunst niet. En nog niet zo lang geleden kende ons bisdom de affaire van de Kruisweg van Aad de Haas.

Kerkelijke kunst is dus niet vanzelfsprekend. Waarom kennen we het dan toch? Wat is eigenlijk de functie van kerkelijke kunst? En moet er ook niet een onderscheid gemaakt worden tussen “kerkelijke” kunst en “christelijke” kunst? Rembrandt tekende en schilderde weliswaar prachtige Bijbelse taferelen, maar die waren niet bestemd voor het protestants-calvinistische kerkgebouw, maar voor privé-gebruik. Wie is dan die kerkelijke kunstenaar? Aan welke regels houdt hij zich? Alleen aan zijn eigen inspiratie?

Vrijdag 7 april 2017, 19:00 uur

Inleider:

Diaken Dr. Régis de la Haye studeerde theologie aan het Seminarie van de Mission de France te Fontenay-sous- Bois en aan de UTP te Heerlen, hoofdvak kerkgeschiedenis. Promotie op een proefschrift over de abdij Moissac. Docent kerkgeschiedenis en kunstgeschiedenis aan de opleidingen van het bisdom Roermond (Grootseminarie Rolduc, Theologisch Instituut Rolduc en de Katechisten-opleiding Kairos in Roermond).


Spiritueel leven - hoe doe je dat?

Elke spiritualiteit heeft haar vertrekpunt bij de ziel met haar godsverlangen. Maar de ziel en haar geloofsleven gaan in de hectiek van alledag vaak ten onder. Want de stijgende druk, het toenemend tempo en een overvloed aan informatie trekken ons weg en naar buiten. Veel mensen zeggen: Aan deze molen kun je niet ontsnappen. Maar is dit wel zo?

Spiritueel leven kan een wending betekenen. God is niet in het spectaculaire te vinden, niet in het lawaai of in de a eidingen. Want a eidingen trekken ons weg, lawaai overstemt de stem van God en het spectaculaire leidt af van Zijn  jne werking. Op weg naar God ontdekken wij dat ons eigen ik dé belangrijkste tegenspeler is. Het Ik met zijn vele wensen en behoeftes die vervolgens onze agenda vullen.

Spiritueel leven verplaatst de focus van buiten naar binnen: Wat heb ik werkelijk nodig, waar verlangt mijn ziel ten diepste naar? Wat moet ik veranderen om tijd voor gebed en stilte te hebben? Hoe dichter wij met onze leefwijze bij ons eigenlijke verlangen uitkomen des te minder hebben wij nodig. Niet langer is dan het snelle fast-food-geluk ons schrale doel, maar diepe innerlijke rust en tevredenheid.

Alle godsdiensten steunen mensen erin dit hoge doel na te streven, maar: Spiritueel leven – hoe doe je dat en waar kun je beginnen?

Vrijdag 12 mei 2017, 19.00 uur

Inleidster: Dr. Helene Etminan, Godsdienstwetenschapper; gepromoveerd in de spiritualiteit en tevens docente wereldreligies aan het Theologisch Instituut Rolduc (TIR).