Hier vindt u een aantal getuigenissen van oud-studenten. Klik op de naam om verder te lezen.
Arjan Langen
Hans van Druten
René Klinckenberg
Harrie Renckens
Ton Batens
Guido van Dierendonck
Jos Valke
Arjan Langen
Kandidaat permanent diaken Arjan Langen heeft groot sociaal hart
'Konden we iedereen maar helpen…'
Op 28 april is Arjan Langen uit Tegelen diakenstudent af. Bisschop Frans Wiertz dient hem die dag in de kathedraal van Roermond de diakenwijding toe. Een bekroning van de vijfjarige opleiding tot permanent diaken. Ook voor zijn vrouw Jolanda en zijn kinderen Lynn en Robin. "Want," zo benadrukt hij, "zonder hun steun had ik het niet kunnen volbrengen. Diaken word je samen met je gezin."
Het fenomeen roeping speelde al eerder in zijn leven, zo herinnert hij zich. "Dat was op de middelbare school in Venlo. Ik speelde een tijdje met de gedachte of het priesterschap niets voor mij was. Maar dat gevoel was niet sterk genoeg en raakte zelfs volledig op de achtergrond. Ik was daar duidelijk niet aan toe. Wat wel bleef, was de voor mij niet echt definieerbare aantrekkingskracht die de kerk en haar mystiek op mij bleef uitoefenen."
Gemis
Héél definieerbaar waren de gevoelens die Langen ging koesteren voor Jolanda Hendrickx. De jongverliefden werden echtelieden. Het volgen van de roeping tot de huwelijkse staat mondde uit in de geboorte van 'twee prachtige dames', zoals Langen zijn dochters met liefdevolle trots beschrijft. Het leven lachte het jonge gezin toe, zegt Langen. "We hadden alles wat de wereld van vandaag te bieden heeft. Nee, we hadden echt helemaal niets te klagen. En toch, toch ging er bij ons iets knagen. In ons diepste binnenste dook steeds vaker de vraag op: is dit het nu? Het was een eerst onbestemd gevoel dat zich gaandeweg ontwikkelde tot een gevoel van 'gemis'. Wij misten 'iets' in ons leven."
Net in de tijd dat dit speelde, begon het gezin Langen aan een vakantie in Italië. Naderhand bezien waren deze dagen als een katalysator die volgens Langen leidden naar de ingrijpende levensverandering. "Wat begon als een vakantie naar Rome en Assisi eindigde in - ik zou willen zeggen - een bedevaart! We kwamen op zoveel plaatsen terecht waar mystiek zo voelbaar en haast tastbaar was, dat er een zaadje van verandering gezaaid werd. Dan denk ik vooral aan Assisi met al zijn inspirerende heiligen zoals Franciscus van Assisi. Je komt in aanraking met zijn levensverhaal en leert bijvoorbeeld dat hij geen priester was, maar diaken. Dat ging me aan het denken zetten: wat is een diaken? Het liet me niet meer met rust…".
Pastoor Dautzenberg inspireert…
De oplevende belangstelling voor het religieuze kreeg spoedig een vervolg in de eigen omgeving. Langen: "Lynn zou de eerste Communie doen. Ik wilde daarbij betrokken zijn en werd lid van de liturgische werkgroep. Daardoor kwam ik vaker in contact met onze parochieherder, pastoor Dautzenberg. Ik raakte onder de indruk van de man, van de manier waarop hij met mensen omgaat, het sociaal gezicht dat hij aan de kerk geeft. Dat is voor mij heel inspirerend geweest. Als ik iemand de 'schuld' moet geven dat ik uiteindelijk de stap heb gezet om me aan te melden bij de diakenopleiding, dan ligt die wel bij hem. Én bij permanent diaken Guido van Dierendonck. Pastoor Dautzenberg adviseerde mij namelijk om eens met hem te gaan praten over het hoe en wat van het diaconaat. Guido wist zijn enthousiasme op mij over te brengen zodat ik definitief wist: dit is ook mijn roeping."
Zijn vrouw Jolanda kan zijn verhaal alleen maar bevestigen: "Je zag Arjan langzaam groeien in zijn interesse voor het geloof. Uiteindelijk gaf hij aan zeer veel belangstelling te hebben voor het diaconaat vanuit het gevoel dat hij daartoe geroepen werd. Als je dicht naast iemand leeft, was dat zeker niet echt verrassend. Ik heb er dan ook nooit een probleem mee gehad. Al weet je dat hij in de vijf jaren die de opleiding duurt heel wat weekenden weg zou zijn en hij niet zo actief aan het gezinsleven zou kunnen deelnemen als we gewend waren. We gingen samen naar een open dag van de opleiding en samen hebben geen moment meer getwijfeld dat dit een weg was die hij moest gaan. Ik had zoiets van: ik zal hem 100% steunen. We hebben er ook nooit woorden of strubbelingen over gehad."
"Niet dat het altijd gemakkelijk was, valt Arjan haar bij, "want van de kinderen bijvoorbeeld heb ik toch wel wat activiteiten moeten missen die je graag samen beleefd zou hebben. Als een soort tussenoplossing zijn er bij die gelegenheden foto's gemaakt, of films opgenomen. Daar konden we samen naderhand naar kijken om te zien wat de kinderen beleefd of meegemaakt hadden en zo alsnog enige sfeer te proeven. Anderzijds merk je ook dat je niet zo onmisbaar bent in huis als je wel eens zou denken. Normaliter was ik geroepen om kleine klusjes in en rond het huis op te knappen. Maar al was het noodgedwongen, Jolanda blijkt op dat gebied een meer dan uitstekende vervangster! Nee, zonder de steun van Jolanda en de kinderen had ik het hele traject van de voorbije vijf jaren niet af kunnen leggen."
Was het in deze voor de kerk moeizame tijden geen hypotheek voor de kinderen dat papa zich zo zou gaan verbinden met deze kerk? Jolanda heeft ondervonden dat dit niet geval is: "Nee, we hebben nooit gemerkt dat de kinderen daar op werden aangekeken. Het was juist iets nieuws voor hun leeftijdgenoten. Ze zijn helemaal niet meer vertrouwd met kerk en geloof, laat staan dat ze weten wat een priester of diaken concreet doet. Dus zijn ze best wel nieuwsgierig. Omdat wat onbekend is zich goed leent voor een spreukbeurt heeft Robin bijvoorbeeld in de klas verteld over Bernadette Soubirous en kon Arjan toen ze in groep 3 zat daar vertellen wat het diaconaat inhoudt."
Waar het bij het diaconaat op neerkomt, beschrijft Langen als volgt: "De diaken is iemand die heel dienstbaar is. Zowel in de liturgie als in zijn optreden naar de mensen toe. En dan vooral ten dienste van de armen, zieken en eenzamen. Dat is voor mij de kern van mijn roeping: de liefde van God doorgeven aan hen die in nood zijn. Mensen kennen ons vooral van de mis, van de liturgie maar ik wil vooral iemand zijn die bij de mensen thuiskomt. En dat is juist wat ik van pastoor Dautzenberg geleerd heb: zoek de mensen in hun eigen leefwereld op; oordeel niet te snel over de manier waarop ze kun leven inrichten; loop met hen mee, help als het mogelijk is en kijk dan niet of iemand gelovig is of niet; draag de idee van de christelijke naastenliefde uit, leef deze zelf en probeer aldoende iets voor de mensen te betekenen die het nodig hebben."
Victorfonds
Daarbij komt al gauw het Victorfonds ter sprake, enige jaren geleden door pastoor Dautzenberg in zijn parochie in het leven geroepen om noodlijdenden concreet onder de armen te kunnen grijpen. Langen ligt dit fonds na aan het hart. "Het Victorfonds is inmiddels een eigen stichting met een eigen bestuur waarvan ik secretaris mag zijn. We proberen met acties geld te werven waarmee we proberen te voorzien in concrete noden. Hulpvragen die binnen komen worden kritisch bekeken en zeker niet altijd gehonoreerd. Waar dat wel mogelijk én nodig is, dragen wij per situatie maximaal 500 euro bij. Wij hebben maar beperkte middelen en zijn niet in staat om structureel te helpen, maar we proberen bij te springen als het gaat om dagelijkse dingen. Daarnaast proberen wij intermediair te zijn: mensen te verwijzen naar instanties die wel in staat zijn om op langere termijn te helpen zodat ze hun zaken weer op orde krijgen. En dat is zeker in deze tijd nodig want de vraag naar schuldsanering en budgetbegeleiding groeit. Wie 20 of 30.000 euro schuld heeft, kan daar op eigen kracht niet meer uit komen. Het Victorfonds kan niet meer dan de druppel op de gloeiende plaat zijn, maar probeert toch een sprankje hoop, meeleven en meedenken te bieden."
De indringende concrete noden die hij tegenkomt in combinatie met zijn ideële instelling, kunnen een hypotheek leggen op je functioneren heeft Langen al gemerkt. "Het doet pijn dat je niet alles en iedereen kunt helpen. Ik heb echt moeten leren om de lat niet te hoog te leggen voor mezelf, gewoon omdat je merkt dat de mogelijkheden om hulp te bieden beperkt zijn. Ga je er teveel met je gevoel in mee, dan ga je er zelf aan onderdoor. Anderzijds: in mijn stageperiode in Venlo bij deken Spee had ik gewoonweg minder tijd om me met het fonds bezig te houden. Dat heb ik wel gemist. Daarin ligt toch mijn hart. Afhankelijk van mijn benoeming hoop ik in de toekomst daar toch weer meer aandacht aan te kunnen besteden."
Tegenslagen…
Het kerkenwerk zal hem naast zijn werk - hij is werkzaam binnen de farmaceutische industrie - weinig vrije uren laten. "Qua tijdsvolume zal er vergeleken met de opleidingstijd niet veel veranderen. Alleen de zaterdag: die wil ik voortaan voor mijn gezin vrijhouden. Zoals in de diakenopleiding geleerd wordt: het gezin komt op de eerste plaats."
Het gezin is volgens Langen meegegroeid in zijn opgang naar het diaconaat. "Het is toch bijzonder als ik terugkijk op de voorbije jaren. In tien jaar tijd is er veel veranderd. Destijds gingen we alleen met kerkelijke hoogtijdagen naar de kerk, terwijl we nu helemaal in het kerkelijke en parochiële leven geïntegreerd zijn. Jolanda is bijvoorbeeld lectrice en de kinderen zijn misdienaar. Nee, we zijn gegroeid en groeien nog altijd in ons geloof. Het is ook een grote steun geweest bij twee tegenslagen die we hebben moeten verwerken. Eest was er de inbraak in ons huis. Jolanda betrapte op een nacht een inbreker op heterdaad maar hield aan de lijfelijke confrontatie gelukkig geen fysieke schade over. Maar mentaal heeft dat vele maanden diep doorgewerkt. Dat was een uitermate nare ervaring die niemand toe te wensen is. Maar zoals ze zelf zegt: het gebed heeft mij er boven op geholpen. In de voorbije maanden heeft ze tweede klap moeten incasseren: er werd een tumor op haar lever geconstateerd. De voorlopige conclusie van de artsen: de tumor is goedaardig. Dat geeft hoop voor de toekomst maar we hebben toch een hele tijd van grote onzekerheid achter de rug. Kracht en sterkte om het proces te kunnen doorstaan en vertrouwen te hebben in de afloop gaf ons de wetenschap dat vrienden en familie voor ons baden. Ik denk dat als we als gezin niet zo waren gegroeid in het geloof, dan hadden we deze tegenslagen anders beleefd. Zouden we minder positief in het leven staan. Nu weten we ons gedragen door het gebed van velen."
De dag na de wijding zal Arjan Langen in de Martinuskerk in Tegelen tijdens een feestelijke eucharistieviering de eerste maal de preek verzorgen en vindt aansluitend de receptie plaats. Op 6 mei wordt het nog eens 'dunnetjes' over gedaan in zijn Martinus stageparochie in Venlo. Langen: "Wij willen er niet voor ons gezin een feest van maken, maar het moet een feest zijn voor de hele parochie(s). Uiteindelijk vieren we dat Gods roepstem ervoor heeft gezorgd dat er iemand uit de geloofsgemeenschap is weggenomen en aan diezelfde gemeenschap wordt teruggegeven, maar dan als gewijde (be)dienaar…"
tekst: Frans van Galen voor De Sleutel
Hans van Druten
Wonderlijk kunnen de wegen zijn waarlangs iemand moet gaan wil hij weten waartoe hij geroepen is. Hans van Druten (57) uit Hoensbroek kan erover meepraten. Wat er vooraf ging aan zijn wijding tot permanent diaken op 21 november 2009
De geboortige Amsterdammer kan het zich niet meer herinneren maar toen hij een jaar of twee was, verhuisde het gezin Van Druten naar Heerlen. “Van horen vertellen weet ik dat we van driehoog achter verhuisden naar een groen eldorado. Tenminste, dat was het Heerlen in die dagen, voor ons kinderen. We woonden dichtbij Gods vrije natuur en daar konden we ons in de bossen en in en rond beken uitleven. Een heerlijke tijd!”
Als vijfde van het octet kinderen Van Druten deed hij in de laatste klas van de lagere school een wonderlijke ontdekking: “Ik voelde dat ik een roeping tot het priesterschap had. Hoe ik op dat idee kwam, dat weet ik echt niet meer. Maar het gevoel was diep genoeg om dat thuis te melden. Mijn ouders zaten er best wel mee in hun maag. Toch werd er een signaal afgegeven bij de priesters van de Pancratiusparochie in Heerlen. Voor ik het wist begon ik het nieuwe schooljaar op het klein seminarie van Rolduc. En opnieuw: voor ik het wist was de roeping over. Dat was al na een maand of zo. Zonder frustratie of treurnis wist ik gewoon: nee, dat is niets voor mij. Toch ben ik op Rolduc gebleven want qua school had ik het er erg naar mijn zin. Wat daar aan vorming op cultureel, religieus, intellectueel en sportief vlak geboden werd, dat was ongelofelijk. Ik zou het de tegenwoordige gymnasiumleerling gunnen…”
Toch vertrok Van Druten na drie jaar uit de ‘paradijselijke’ omgeving. “Tja, de puber kwam in mij helemaal bovendrijven. Thuis liepen er meisjes over straat, mijn broers hadden al ‘kennis‘ en ik voelde dat er in de kerkelijke omgeving van Rolduc iets aan mijn neus voorbij ging… Dat was voor mij reden genoeg om de overstap te maken naar het Bernardinuscollege in Heerlen. Daar heb ik het gymnasium afgemaakt en ook dat was een fijne tijd.”
Een vervolgstudie pakte hij op aan de Katholieke Leergangen in Tilburg en Sittard. Het was een zwaar programma maar gaf een goede basis om als docent geschiedenis verder door het leven te gaan. Een leven dat verrijkt werd dankzij de ontmoeting met ene juffrouw Christine Hustinx. De jongelieden werden echtelieden uit welke verbintenis drie - inmiddels volwassen - zonen werden geboren. De kerkelijke betrokkenheid was in die dagen niet groot. “De kinderen zijn alle drie gedoopt, maar veel verder reikte ons interesse toen niet. Zoals zoveel leeftijdgenoten waren we cultuurkatholieken die het kerkbezoek met Pasen en Kerstmis in ere hielden, maar dat was het door de bank genomen dan ook wel.”
De schoolbanken gingen de jonge docent aan het Hoensbroekse St. Janscollege ook steeds meer tegen staan. “Ik gaf pas drie jaar les, maar merkte toen al dat ik steeds meer op routine ging drijven. Ik zag het voorbeeld van iets oudere collega’s die dat al helemaal deden. Er was totaal geen bezieling. Voor mij werd dat een schrikbeeld. Ik was 27 en dan al een beetje uitgeblust lesgeven…? Nee, dan ging ik liever iets anders doen.”
Waar het docentschap niet spoorde met zijn innerlijke drijfveren, een grotere harmonie vond hij in een baan als leidinggevende bij de Nederlandse Spoorwegen. “Voor mij belangrijk was dat het bedrijf een puur en pure maatschappelijke functie had. Dat ontspoorde voor mijn gevoel in de jaren negentig toen de zaak steeds meer de commerciële kant opgedrongen werd. Het salaris mocht dan meer dan goed zijn, waar je gemoed in opstand komt tegen bepaalde onwenselijke ontwikkelingen, daar houd je het niet vol.”
Juist in die tijd kwamen de vragen naar zingeving bovendrijven. “Ik dacht steeds meer na over de zin van mijn baan in mijn bestaan. Ben is daarvoor hier op aarde? Ook juist in die tijd werd een zoon lid van het jongerenkoor van het Bernardinuscollege. Ik ging er eens kijken en werd echt geraakt door de jongeren die mooie religieuze liederen zongen. Een preek van pater van der Schoot maakte nog meer indruk. Ik had de idee: hij preekt over mij! Ik voelde me direct aangesproken. Vanuit die achtergrond ging ik deelnemen aan een gespreksgroep bij de franciscanen waar spiritualiteit aan de hand van het leven van Franciscus centraal stond. Het boeide mij mateloos.”
Zijn hernieuwde interesse in het geloof maakte de opstap - die hij in overleg met zijn werkgever kon maken - naar een studie theologie aan de Universiteit voor Theologie en Pastoraat in Heerlen niet groot. “Ik heb genoten van die studie. Het was hard aanpoten maar in vier jaar kon ik het doctoraal halen waar normaal vijf jaar voor stond.”
Alleen: direct na zijn studie liep het contract met de NS af. En er moest toch brood op de plank komen. Binnen het bisdom Roermond was desgevraagd geen baan beschikbaar en via via kwam hij terecht bij de Vereniging voor Pastorale Werkers en werd hij pastoraal werker vanuit de Christus Koning parochie in Geleen. “Het betekende een grote inkomensachteruitgang en zeker in het begin was het een moeilijke tijd. Maar dankzij de steun van mijn vrouw hebben we het toch wonderwel gered.”
In de voorbije tien jaar is Van Druten naast zijn pastorale werk nog arbeidzaam geweest als identiteitsbegeleider bij het ABL in Roermond en als coördinator van de theologieopleiding van de Fontys Hogeschool in Sittard. Daar leerde hij veel mensen van het bisdom kennen dat middels een convenant met de hogeschool verbonden was om kerkelijke pastorale werkers op te leiden. “Toen ik bij Fontys begon, kwam ik in gesprek met Mgr. Wiertz. Hij legde mij de vraag voor te overwegen om in Rolduc de toeleidingscursus voor pastoraal werker te volgen. Daarmee zou ik als pastoraal werker de bisschoppelijke zending kunnen krijgen. Ik voelde daar niet zo veel voor. Tenslotte had ik een universitaire studie theologie achter de rug. Toch ben ik tenslotte op dat verzoek ingegaan. Ik moet zeggen: de kennismaking met Rolduc viel me erg mee. Ik mocht dan een VPW’er zijn - een organisatie die toch erg kritisch tegenover het bisdom stond – aan gastvrijheid en vriendelijkheid heeft het nooit ontbroken. De cursus heb ik voltooid en de bisschoppelijke zending ontving ik twee jaar geleden.”
Maar daarmee was de koek nog niet op, zo bleek. Een persoonlijk ervaring zette Van Druten op een volgend spoor. “Tijdens een stille dag in Thorn kreeg ik opeens een gigantisch gevoel in de trant van: ik ben nog niet klaar! Ik werd er onrustig van. Ik kreeg werkelijk een gevoel van: er wordt aan me gesjord om permanent diaken te worden. Deze gedachte liet me niet los. Ik weet nog dat ik thuis kwam en zei: ‘Christine ik moet je wat vertellen’. Ze zei wel ‘O jee’ maar er direct achter aan: ‘ik weet het wel…’ Ik ben met rector Vries van de opleiding gaan praten. Zijn voorstel was het om gezien mijn achtergrond een verkorte opleiding van twee jaar te volgen. Die heb ik er inderdaad nog aan vastgeknoopt en het heeft me veel gebracht. Vooral op spiritueel gebied. Ik ben de Kerk daardoor ook beter gaan begrijpen met al haar rituelen en gebruiken die staan in een traditie van 2000 jaar. Ik ben er zelfs van gaan houden.”
Als ik op mijn leven terugkijk zeg ik: al die fasen in mijn leven zijn nodig geweest; het besef dringt nu door dat God het zo heeft bedoeld. Natuurlijk maak je eigen concrete keuzes in je leven maar de grote lijnen van je levenspad bepaal je niet zelf. Daar heeft God de hand in. Dat geeft mij vertrouwen voor de toekomst. Vanuit dat gevoel heb ik ook het vertrouwen dat ik hopelijk iets voor de mensen in de parochie kan betekenen. Ik heb geluk gehad met een vouw die me de ruimte heeft geboden waardoor ik een veelheid van wegen kon bewandelen. Ik heb risico’s genomen die het hele gezin betroffen, maar het is met name aan Christine te danken dat het ons gezinsleven niet negatief beïnvloed heeft.”
Als hij nog even terugdenkt aan de wijding drie dagen geleden, is zijn reactie: “Het was een fantastische viering! De viering op zondag in de Pastoor van Arsparochie in Geleen waar ik werkzaam zal zijn was ook indrukwekkend. Het was misschien wel het mooiste weekend uit ons leven. Het had allemaal zo’n lading, het betekende veel ons allebei. Ook voor mijn vader van 87. Vijfenveertig jaar geleden bracht hij me naar Rolduc met het vooruitzicht dat ik priester zou worden. Nu na al die tijd mocht hij er in de kathedraal bij zijn, bij mijn wijding. Dat was een mooi maar emotioneel moment… Zoals wij ook prachtige reacties van onze kinderen mochten krijgen. Na zijn vertrek vonden wij bijvoorbeeld een heel persoonlijke brief van een van hen op tafel. Daarin beschreef hij hoe hij nu begint te begrijpen waarom we de wegen in ons leven zijn gegaan die we zijn gegaan. Dat was zeer ontroerend; daar ben ik trots op…!”
René Klinkenberg
René (39), Liliane (39), Anja (10) en Cristian (7) Klinkenberg vormen een diakengezin in spe. Vader Klinkenberg wordt op 18 november samen met studiegenoot H. Geelen in dit geestelijk ambt opgenomen. Klinkenberg is uitvoerder in de bouw van z'n vak en binnenkort permanent diaken van z’n roeping, al begrijpt niet iedereen die combinatie. ,,Het is niet echt cool wat je gaan doen, zei een oude schoolvriend onlangs tegen me.’’
Voor René Klinkenberg zelf is het echter eigenlijk als vanzelf gegaan. “Ik ben altijd naar de kerk gegaan. Als kind maar ook als jongere. Dat was een bewuste keuze. Niet dat ik er in die tijd aan dacht om kerkelijk bedienaar te worden, dat helemaal niet. Maar de kerkgang gaf me iets wat ik blijkbaar nodig had. Met name de preken hebben mij altijd geïnspireerd. Door de jaren heen groeide ik steeds verder in het geloof. Op den duur ging ik niet alleen in het weekend maar ook doordeweeks naar de kerk. In de Eucharistieviering vond ik zoveel rust, zoveel inspiratie voor het dagelijkse leven dat ik niet wilde wachten tot het weekend.”
In het eigen leven de liefde en waarheid van Christus ervarend, was het ‘passief’ beleven van het geloof geen optie meer. “Bij mij ontstond de behoefte om wat terug te doen uit dank voor wat ikzelf gevonden had: Christus’ liefde die een waarheid in mijn leven geworden was. Zijn liefde en waarheid in de wereld present stellen, laten zien dat geloof en wereld geen vijanden maar met elkaar te verzoenen zijn, daarvoor wilde ik mij gaan inzetten. Op mijn eigen manier, op mijn eigen plaats. Om me daarvoor te laten toerusten, startte ik met de missio canonica-cursus maar die werd juist in die tijd opgeheven. De bredere Kairosopleiding kwam ervoor in de plaats. Ik kon in het tweede jaar instromen. In 1998 ontving ik de bisschoppelijke zending om als catechist aan de slag te gaan. In mijn woonplaats Mechelen en in de cluster Gulpen-Wittem heb ik me op verschillende terreinen ingezet: avondwakes, doopvoorbereiding, gebedsdiensten, begeleiden van misdienaars en huisbezoeken. Ik merkte dat dit werk bij mij paste. Tja, toen was de stap naar de diakenopleiding niet zo groot meer. Al heb ik wel nog even pas op de plaats gemaakt toen de kinderen geboren werden. De eerste jaren is er ‘ummer get’ met zulke kleintjes. Maar toen dit eerste stadium voorbij was, heb ik de stap ondernomen.”
De diakenopleiding vond Klinkenberg best wel pittig maar op de voorbije jaren kijkt hij nu al met plezier terug. “De studie is zeker een behoorlijke inspanning. Maar wat me het meest zal bijblijven, is de goede sfeer die er heerste. Zowel met de docenten als de medestudenten kon je echt door een deur. In kan wel zeggen dat we door de jaren heen vrienden zijn geworden. Ondanks de verschillen in leeftijd en achtergrond konden we prima met elkaar omgaan. Het was goed te merken dat wij samen op weg gingen, bezield door dezelfde geest en met hetzelfde doel voor ogen: vanuit het diakenambt een representant van de Kerk van Christus worden.”
Klinkenberg is zeker geen wereldvreemde wereldverbeteraar. Hij weet wat er te koop is. Hij beseft dat de kerk weinig aanzien meer bezit; dat ‘geloven’ nog wel mag, maar dat ‘het’ geloof zoals de kerk dat leert geen echte aantrekkingskracht meer heeft. Maar toch vindt hij het de moeite waard om zich daaraan te wijden. “Ik zie dat juist als een van mijn belangrijkste taken: verzoening te brengen tussen de geseculariseerde maatschappij en de Kerk. Ik ben er vast van overtuigd dat deze nu zo verschillende werelden met elkaar te verzoenen zijn. Omdat ik in mijn eigen leven merk dat het geloof er ter ondersteuning is van het dagelijkse leven. Het woord van God biedt troost en correctie. Ik ervaar dat veel mensen dat ten diepste nodig hebben. Zo velen zijn zoekend en kwetsbaar. Ze zoeken in alle richtingen naar antwoorden op vragen waar ze mee zitten. Ik wil proberen mensen één richting te wijzen. Door altijd naar Jezus Christus te verwijzen. Niet alleen met woorden. Maar zeker ook door daden. Zodat men merkt dat je praat en handelt vanuit je christen zijn. Dus door Christus in jouw leven zichtbaar te maken.”
Klinkenberg weet dat de praktijk de theorie kan inhalen, maar toch. “De bouw is een heel andere wereld. Maar als je het goed bekijkt, zijn er toch raakvlakken tussen mijn werk en mijn roeping. Want in de bouw ga je samen aan de slag. Alleen kun je weinig of niets. Je bent totaal van alles en iedereen afhankelijk. Je zult moeten proberen alle neuzen in dezelfde richting te krijgen om het karwei te kunnen klaren. Problemen moet je overwinnen, tegenstellingen overbruggen, proberen mensen met elkaar te verzoenen. Ik denk dat het in het pastorale werk globaal gezien niet anders is.”
Op pastoraal gebied is er in de parochies veel werk te doen. Bang dat de invulling van het diakenambt hem - al is het alleen al qua tijdsinvestering - boven het hoofd zal groeien is hij niet. “In de opleiding word je voorgehouden dat het gezin het belangrijkste is en op de eerste plaats moet komen. Je moet je ‘diakenuren’ in de gezinssituatie integreren en niet andersom. In de voorbije jaren heb ik geleerd de tijd te structureren. Als je je tijd goed indeelt, kun je meer dan op het eerste oog lijkt. Hoe dan ook: je doet wat je kunt maar de kids en mijn vrouw gaan altijd voor. Als ik dat uit het oog zou verliezen”, zegt hij met een geamuseerde blik naar echtgenote Lilianne kijkend, “wordt ik wel gecorrigeerd, lijkt me.’’
Zij laat er geen misverstand over bestaan dat dat inderdaad het geval zal zijn. Maar dan moet het wel echt niet anders kunnen. Want de geloofsweg van haar man is tot op grote hoogte ook de hare geworden. “Ons leven heeft meer diepgang gekregen, omdat je samen de weg naar het diaconaat opgaat. Het leven is dan ook anders geworden, rijker vind ik en kwalitatiever. Je gaat andere prioriteiten stellen vergeleken met vroeger. Je maakt je niet meer zo druk over materiele zaken of over andere dingen waarover je je vroeger wel dik kon maken. Het mag dan wel lijken dat je veel inlevert, maar gevoelsmatig krijg je er op een andere manier veel meer voor terug. Want het geloof raakt zo geïntegreerd in je eigen leven, dat het wordt als eten en drinken: je kunt er geen dag buiten.”
Dat Klinkenberg uitziet naar de wijding wordt duidelijk als hij zegt: “Ik verheug me op die dag. Dan wordt met name tijdens het moment van wijding concreet waar je al zo lang naar verlangd hebt. Ik denk dat ik de wijdingsplechtigheid zeer intens en intensief zal beleven. Tegelijkertijd ben ik nu met de gedachte bezig hoe ik na de wijding invulling aan het diakenambt zal kunnen geven. Hoop en bid ik dat ik het ambt inderdaad waar zal kunnen maken. Dat ik zichtbaar kan maken wat ik op die 18de november word… Ik wil de mensen dan ook vragen om me te (blijven) begeleiden met hun gebed.”
Harrie Renckens
Drs. staat voor de naam van een van de kandidaat permanent diakens. Harrie Reckens staat daarachter. Wis en waarachtig een teken dat het om een studentikoos type gaat. Wiskunde heet de knobbel waarover hij beschikt. Al 35 jaar wijdt hij middelbare scholieren in in de geheimen van het ‘zeker weten’ zoals het verklarend woordenboek de term wiskunde uitlegt. Hij spreekt dus de taal van de abstractie. Maar hoe kom je er dan bij om de taal van de liefde te gaan verkondigen?.
Daarvoor moet Renckens eerst teruggaan naar de tijd van zijn kinderjaren. Want de liefde voor de liturgie bloeide eerder op dan de liefde voor het zeker weten. “In mijn geboortedorp Hoensbroek bezochten we de rectoraatskerk van de paters Conventuelen in Mariarade. Van jongs af aan werd ik daar enorm geboeid door de liturgische vieringen. Direct na de eerste Communie werd ik dan ook misdienaar. Ik vond het leuk om te dienen. Of het nu om zes uur ‘s morgens voor de vroegmis was of voor het lof om drie uur in de middag, ik ging graag. Het is me altijd blijven boeien. Het ritueel, het mysterieuze, het trok me enorm aan”.
De aantrekkingskracht bleef al waren de omstandigheden op de middelbare school anders. “In die tijd kenden we nog godsdienstles. Er werd ook gesproken over de zin en onzin van kerk en geloof. De meeste van mijn leeftijdgenoten gingen duidelijk uit van het laatste. Het deerde mij niet, ik dacht er juist over om pater te worden. Maar dat idee rijpte juist in de onrustige jaren zestig van de vorige eeuw. Rond de tijd van het concilie leek de hele Kerk in beweging te zijn. De ene priester zei dat, de andere juist het tegenovergestelde, waardoor je steeds andere inzichten kreeg en je als het ware vermalen werd tussen schuivende panelen. Omdat ook het aantal uittredingen alleen maar toenam, maakte het de basis voor het volgen van een mogelijke roeping voor mij erg wankel.”
Dus gooide de leerling van het Grotiuscollege in Heerlen het roer om en besloot voor het lerarenvak te kiezen. Hij twijfelde nog even tussen geschiedenis en wiskunde maar het ‘zeker weten’ sprak hem uiteindelijk meer aan. “Ik ging naar de grote stad Utrecht. Daar kwam ik in aanraking met een serieuzer soort katholicisme. De dingen werden meer benoemd, de lijn was strakker dan ik gewend was. Ik voelde me daar niet helemaal op m’n plaats. Totdat een vriend me meenam naar de studentenparochie waar voor mijn gevoel op een aansprekende manier met geloofszaken werd omgegaan. Ik raakte daardoor opnieuw geboeid.”
Hernieuwd betrokken bij het geloof, bracht Renckens de dagen studieus door, maar nam wel iedere dag deel aan een middagoverweging in een Utrechtse kerk. “Daar heb ik veel van meegekregen,” zegt hij nu. Op de Universiteit kreeg hij ook mee wat hij mee moest krijgen want na viereneenhalf jaar was hij klaar met zijn studie. Opnieuw moest hij een keuze maken. “Het lesgeven trok me wel maar mijn interesse in het geloof en je vandaar uit inzetten voor de naaste, was in Utrecht opnieuw gewekt.”
Hij besloot samsam te doen: de helft van de week lesgeven en de andere helft theologie studeren. Het lag ook in de lijn van wat de pastores in Utrecht hooghielden: naast werken je ook inzetten in en vanuit de kerk. Renckens: “Ik vind dat nog altijd een goed uitgangpunt voor mensen die bewust katholiek zijn.”
Omdat hij erg makkelijk kon studeren, en het heil niet alleen uit de boeken verwachtte, zocht hij een theologieopleiding die praktisch gericht was. Die vond hij dicht bij huis, in Heerlen, bij de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat. “Dus was ik parttime werkzaam als docent wiskunde aan het Heerlense Grotiuscollege én student theologie in Heerlen”. Aldus Renckens. Daar haalde hij in 1980 zijn kandidaats waarna hij stage liep in de Heerlense St. Annaparochie.
Begin jaren tachtig dienden zich andere belangrijk hoofdstukken zich in zijn leven aan. “In Polen nam ik deel aan een wandelbedevaart. Het waren mooie tochten onder primitieve omstandigheden. Belangrijk was vooral de kennismaking met een volkreligiositeit die ik niet kende waarbij mensen geloof en leven op een natuurlijke manier met elkaar verbonden. En niet te vergeten het besef - dankzij de ontmoeting met gelovigen uit allerlei landen - dat je deel uitmaakt van een wereldkerk. Daardoor merk je dat we in ons kleine landje echt niet zo belangrijk zijn als we wel denken. Deze bedevaart – ik heb er drie achtereenvolgende jaren aan deelgenomen - was voor mij een energiebron.”
Een bron van vreugde werd de ontmoeting met de Poolse ………tijdens zijn laatste Poolse bedevaart in 1983. Deze ontmoeting kreeg vervolg op vervolg waarna ze elkaar uiteindelijk ontmoetten voor het altaar om elkaar het jawoord te geven. Een gezin stichten, lesgeven én theologie studeren, werd al gauw iets te veel van het goede. Ook omdat de vooruitzichten om ooit als pastoraal werker in het bisdom aan de slag te gaan er niet echt goed uitzagen, stopte Renckens met zijn doctoraalscriptie. Om zich volledig te wijden aan werk en gezin. Waarbij hij wel als vrijwilliger actief bleef in de parochie. Maar zijn ambitie om meer voor de kerk te kunnen betekenen bleef op de achtergrond meespelen. De mogelijkheid die zich aanbood om permanent diaken te worden kon hij uiteindelijk niet aan zich voorbij laten gaan.
Al is het permanent diaconaat door het tweede Vaticaanse concilie al weer meer dan 30 jaar geleden heringevoerd, volgens Renckens moet het zich nog altijd verder ontwikkelen.”Het ambt stamt uit de vroege christenheid. En al zijn de vragen die aan het diakenambt gesteld worden in principe dezelfde, de invulling ervan moet in deze tijd nog altijd groeien, inhoud krijgen. Vragen rond armoedebestrijding en zorg voor minderbedeelden bijvoorbeeld zijn van alle tijden, maar iedere tijd vraagt om andere antwoorden. Dat groeiproces, daar is in ons bisdom ruimte voor. Ook voor de diaken zelf. Hij moet de mogelijkheid krijgen zijn talenten te ontpooien, daarmee te werken. Zodat hij er naar best vermogen toe bij kan dragen dat geloven verder gaat…”
In deze laatste weken voor zijn wijding komt weer het gevoel op dat hij zich herinnert van zijn huwelijksdag. “Ik voel alsof ik op wolken loop, zoals in de tijd voordat ik ging trouwen. De wijding is ook een schakelmoment in je leven, dat je hele verdere leven bij je blijft, waarbij ook verwachtingen aan je gesteld worden. Dat is mooie en ik beleef er vreugde aan, maar tegelijkertijd is het ook een grote vraag naar het onbekende. Dat geeft me nu eenzelfde soort gevoel als toen voor het huwelijk. Dat schijnt ook merkbaar te zijn, want vanmorgen op school bijvoorbeeld vroeg een leerlinge: ‘Meneer, u loopt de hele dag te stralen. Bent u verliefd…’?”
Ton Batens
Je hebt je zaakjes aardig voor elkaar, je kind of kinderen zijn de deur uit, financieel gaat het niet slecht dus je gaat je verheugen op een leuk leventje waarin genieten centraal staat. Deze momentopname uit het leven van heel wat ouder wordende echtparen ging ook op voor Ton en Cecile Batens. En inderdaad, nu ze naar de 60 neigen, genieten ze volop. Maar wel op een heel andere manier…
21 was hij, 19 was zij toen ze elkaar in geboorteplaats Hoensbroek het jawoord gaven. In de aanloop naar de trouwerij was er - nu bijna 40 jaar geleden - één probleem: gezien de jeugdige leeftijd van de bruid moesten de ouders toestemming geven. “Ze verbonden er een voorwaarde aan,” vertelt Batens: “ik moest katholiek worden”.
Van huis uit Nederlands Hervormd was de overstap toch niet al te groot. Ton Batens: “Ik was erin opgegroeid maar thuis deden we er nauwelijks iets aan het geloof. Toen de liefde zijn intrede deed, was het voor mij niet zo moeilijk om te kiezen voor Cecile en - zoals verlangd - haar geloof. Dus volgde ik een half jaar catechese bij zuster Francesca in Imstenrade waarna ik in de katholieke kerk kon worden opgenomen.”
Deze soepele maar gedwongen overgang kreeg toch consequenties. Cecile Batens daarover: “Na ons huwelijk hadden we iets van: anderen hebben voor ons beslist, nu maken we zelf wel uit wat we gaan doen. Als reactie op de ervaren dwang, namen we de vrijheid om helemaal niet meer naar de kerk te gaan.”
Dat hebben ze lang volgehouden. Zelfs zoon Guido die na vijf jaar huwelijk werd geboren, lieten ze niet dopen. De ommekeer kwam nadat diezelfde zoon een ommekeer in zijn leven aanbracht. Ton Batens: “Guido kwam thuis met de mededeling dat hij zou gaan trouwen. In de voorbereiding daarop was hij catechese aan het volgen, omdat hij eerst gedoopt moest worden. Heel bewust had hij zelf daarvoor gekozen. Daarom hadden wij er ook niets op tegen.”
Alleen: zelf opnieuw die stap over de kerkdorpel zetten, dat kostte Ton moeite. Zijn vrouw herinnert zich: “We waren uitgenodigd voor de plechtigheid waarbij Guido zou worden opgenomen onder de doopleerlingen. Ik vond dat we moesten gaan maar Ton had echt de hakken in het zand gezet en we moesten hem bijna letterlijk meesleuren…”
Nu kijken ze er samen geamuseerd op terug, maar worden weer verstild als Ton vervolgt: “Eenmaal binnen, wilde ik niet meer naar buiten! Het word je vaker gevraagd maar in die kerk welde er ineens zo’n vreugde, zo’n warmte in mij op… ongelofelijk. De Heer sprak tot mij, Hij riep mij om thuis te komen… Dat had zo’n aantrekkingskracht… Ik wist me geen raad met dat gevoel. Heel stilletjes heb ik uiteindelijk de kerk verlaten. Daarna kon ik er eerst niet met mijn vrouw over praten. We hadden al een moeilijke periode achter de rug. Want een paar jaar daarvoor was bij Cecile kanker geconstateerd. Het zet je wereld op zijn kop. Wij hebben ons er samen doorheen geworsteld al heeft zij natuurlijk het meeste leed moeten dragen. Het heeft haar sterker gemaakt, ook omdat ze het gevoel had een tweede kans in het leven te hebben gekregen.”
Wat ze niet van elkaar wisten: beiden hadden sporen van geloof gevonden. Eerst onafhankelijk van elkaar groeiden zij naar het moment toe waarop zij samen volmondig ja tegen de liefde van God konden zeggen. Markante momenten in dit proces waren volgens de Batens het overlijden van een broer van Cecile op 53 jarige leeftijd én de biechtervaring van beiden. Ton: “Voor mij was het de eerste keer in mijn leven. Het gaf me echt het gevoel van: nu is alles uit de weg geruimd wat uit de weg geruimd moest worden; eerst de voeten vegen voordat je echt en oprecht tot God kunt naderen. Vanaf dat moment ben ik ook weer ter communie gegaan. Dat principe hadden we - als we bij een huwelijk of begrafenis ter kerke gingen - altijd gehuldigd: als niet gelovige zie je de waarde van de Communie niet en dan schuif je ook niet in de rij aan. Dat respect hadden we gelukkig altijd opgebracht. Maar nu was ik thuisgekomen en kon ik met overtuiging en vreugde Onze Lieve Heer in de hostie ontvangen.”
Thuisgekomen, oké. Maar al gauw ‘dreigde’ er meer. Tenminste in de ogen van Cecile… “Ton zag het voorbeeld van permanent diaken Smit in de parochie en kreeg de overtuiging dat hij Onze Lieve Heer op een zelfde wijze wilde dienen. Hij sprak dat uit waarop ik zei: jij bent gek! Ik ben eerst echt de advocaat van de duivel geweest. Alles heb ik hem voor de voeten gegooid wat er tegen sprak om diaken te worden. Als ik erop terugkijk, denk ik dat vooral angst dit anti-gevoel bij mij opriep. We waren echte vrijbuiters geworden en konden het ons inmiddels veroorloven om leuke dingen te gaan doen. Ik zag ook het voorbeeld van het diakenechtpaar, dat zich met hart en ziel in de pastoraal inzette. Op een dusdanige manier dat zelfs vakanties er bij inschoten. Dat was voor mij geen droombeeld maar een nachtmerrie. Mijn verzet heeft nog een paar maanden geduurd, maar uiteindelijk kon ik toch meegaan in Tons verlangen. Met de ervaring van nu kan ik zeggen dat je inderdaad verliest wat je zo dierbaar leek, maar dat je er veel meer voor terug krijgt.”
Vrijwilligerswerk had het echtpaar Batens al hun hele gehuwde leven verricht. Ton is bovendien 20 jaar politiek actief geweest waarvan acht jaar als gemeenteraadslid binnen de fractie van de Partij van de Arbeid in Heerlen. Maar omdat de standpunten op met name ethisch gebied steeds minder met de zijne overeenkwamen is hij daar uit gestapt.
Het geeft ook iets meer ademruimte om actief te zijn binnen met name de diaconie in de parochiefederatie van Hoensbroek waar hij zich thuis voelt en de voorbije maanden stage liep. Zijn voornaamste opdracht was het om een diaconale groep op te bouwen. Daarbinnen is werk genoeg aan de winkel, zegt hij: “Verpaupering, armoede, drugsgebruik leiden tot vragen die ook aan de parochie worden gesteld. En dan kom je al gauw terecht bij acute noodhulp, directe persoonlijk hulp, het verstrekken van voedsel- en speelgoedpakketten, het bijstaan van slachtoffers van huisjesmelkers, mensen bij schuldsanering helpen, zitting nemen in een prachtige club als de Vincentiusvereniging…”
Een nog summiere opsomming van activiteiten die een forse aanslag plegen op de tijd van iemand die een fulltime baan heeft bij de afdeling personeelszaken van DSM. “Maar in het kader van ‘diaken ben je samen’, neemt Cecile veel taken op zich”, zo geeft Ton duidelijk bewonderend richting zijn vrouw aan dat zij ook in deze een echt en hecht tweespan vormen.
Cecile Batens wil daarbij wel kwijt dat het hervonden geloof het echtpaar ontzettend veel rust geeft, ook toen drie jaar geleden opnieuw kanker bij haar werd geconstateerd. De prognose van de specialist: er was ongeveer 50 procent kans dat Cecile ze de komende vijf jaar zou overleven. Dat heeft natuurlijk zijn impact maar is voor Cecile nu geen reden om te somberen: “Drie jaar zijn nu achter de rug en de wijding is over een maand. Dus die zal ik wel halen…”
De diepere achtergrond van die opmerking geeft ze zelf: “De eerste keer hebben we ons er samen doorheen moeten worstelen en daardoor zij we in liefde voor elkaar enorm gegroeid. Maar nu kunnen we er bovendien God bij betrekken. Dat was en is een ontzettende steun voor ons beiden. Wij merken dat Hij de hand in ons leven heeft en dat geeft ons rust en vrede. Daarom zeg ik: wij zijn gelukvogels…!”
Guido van Dierendonck
Guido van Dierendonck is met zijn 37 de jongste van de permanent diakens in spe. Zijn roeping tot het gewijde ambt heeft diepe wortels. Door omstandigheden heeft het een poos geduurd voordat hij binnen het diaconaat zijn plaats heeft gevonden. Maar wat eens in het mensenhart is gelegd, wordt als een cri de coeur die geuit en beantwoord moet worden.
Van Dierendonck bracht zijn jeugdjaren met zijn beide broers en ouders door op zijn geboortegrond in het Brabantse Deurne. Met gevoel voor understatement zegt hij dat er verder niet veel bijzonders aan de hand was in het traditioneel katholieke gezin. Door de ziekte MS kwam zijn vader ertoe om zich steeds verder te verdiepen in het katholieke geloof. En dat gelovig zijn wist hij over te brengen op zijn kinderen. “Wij gingen ter kerke en ik werd misdienaar”, zo omschrijft Van Dierendonck kort de veelomvattende geloofspraktijk in het dorpse Deurne. Met een kleine aanvulling: “Alleen op doordeweekse dagen. Want op zondag namen onze ouders ons mee naar de ‘echte’ Mis, in Venray…”
Van daaruit kwam hij in contact met en nam hij deel aan de door het bisdom georganiseerde misdienaarkampen. Toch richtinggevende gebeurtenissen meent hij terugkijkend te kunnen zeggen. Vooral omdat hij daar direct in contact kwam met seminaristen en priesters. Hun voorbeeld sterkte zijn eerder gevoelde verlangen om priester te worden. Zijn eerste herinnering daaraan gaat terug op zijn kinderjaren. “Met de eerste communie kreeg ik een boek van Hermanneke Wijns cadeau (een op tienjarige leeftijd gestorven jongen, die een aantal wonderen verricht zou hebben; momenteel loopt zijn proces tot zaligverklaring / red.). Dat heb ik wel 37 keer gelezen. Vanaf die tijd leefde bij mij de idee om priester te worden. Na de lagere school, heb ik daarom bewust voor het gymnasium gekozen, ook omdat ik dacht Grieks en Latijn nodig te hebben om priester te kunnen worden.”
Aan de wensdroom zou na niet al te lange tijd een einde komen. Hij was leergierig genoeg voor het gymnasium, maar op een gegeven moment bleek er letterlijk iets aan de hand te zijn. Van Dierendonck “Ik heb vanaf mijn geboorte een kleine vergroeiing aan mijn rechterhand. Net in de eerste jaren van de middelbare school zag ik bij wijze van spreken het ziekenhuis meer van binnen dan het klaslokaal. Dus kwam er een moment dat men mij adviseerde over te stappen naar HAVO/Atheneum. Dat niveau moest met een mindere tijdsinvestering ook voor mij haalbaar zijn.”
Bovendien brak de tijd van de puberteit aan en een trits van aanlokkelijke verlokkingen zorgde ervoor dat vraag naar het priesterschap op de achtergrond raakte. Wel sloot hij zich in Venray aan bij de jongerengroep waarvan hij een actief en enthousiast lid werd. Ook nam hij met enige regelmaat deel aan dagactiviteiten van de jongerenpastoraal van het bisdom Roermond. De weg naar het priesterschap was enige tijd geblokkeerd maar niet afgesloten, zo merkte Van Dierendonck na een toevallige ontmoeting. “Bij de een of andere activiteit kwam ik in gesprek met - de toenmalige – rector Hurkmans van het Bossche St. Janscentrum. Toen eerst werd me duidelijk dat kennis van Latijn en Grieks geen harde voorwaarde was om de priesteropleiding te kunnen volgen. Mijn oude verlangen ging opnieuw leven en ik besloot na enige overweging de stap te wagen. Maar ik liep na enige tijd tegen grenzen aan die me op harde wijze duidelijk maakten dat het priesterschap niet voor mij was weggelegd. Waar je zo lang je zinnen op hebt gezet, als dat wegvalt, dan is dat niet gemakkelijk. Ik kwam in een geloofscrisis. Ik had geen idealen meer en praktisch gezien stond ik alleen met een diploma van de middelbare school in handen voor de toekomst. Nee, dat was een verdrietige tijd…”
De droom uiteengespat, ging Van Dierendonck op zoek naar werk en kwam terecht in de levensmiddelenindustrie in Eindhoven. Het was een tijd van werken, werken en nog eens werken. “Het verdriet heb ik letterlijk verwerkt,” zegt hij over die tijd.
Ook dankzij nascholing bracht hij het tot bedrijfsleider. Een verantwoordelijke baan waaraan hij veel plezier en voldoening beleefde. Hij ging er zo in op dat een snipperdag er bijvoorbeeld echt niet vanaf kon. Carrière maken en geld verdienen was het grootste goed geworden.
Totdat hij deelnam aan een reis naar Israel. “Dat was echt een kentering,” geeft hij die omslag weer. “Tijdens die door het Bisdom Roermond georganiseerde reis kwam ik weer met beide voeten op de grond te staan. Fysiek staand op Bijbelse grond, in gedachten teruggaand naar Bijbelse tijden kwam ik tot de slotsom: ik ben toch op aarde om me druk te maken om andere dingen dan geld en carrière. Die ervaring veranderde mijn leven opnieuw”.
Meer en meer kreeg hij weer voeling met geloof en kerk. Tijdens die zelfde reis naar Israël diende zich ook de liefde aan: “Toeval of niet, maar ik kende José al jaren, zonder dat er ooit bewust een vonk was overgesprongen. Wij waren beiden lid van de jongerengroep in Venray en gingen daar normaal, vriendschappelijk met elkaar om. Maar in die tijd gingen we elkaar met andere ogen zien, leerden we elkaar op een andere manier kennen. Op een manier dat kennen liefhebben werd. Dus zijn we in 1997 getrouwd.
De huwelijksvoltrekking was in die zin apart dat zij plaatsvond in Israël. Met reden, want niet alleen de aanstaande echtelieden hadden een voorliefde voor Israel aldus Van Dienrendonck. “Mijn vader koesterde zijn hele leven lang al een droom: het beloofde land, Israël, bezoeken. Wij waren gelukkig in staat die droom in vervulling te laten gaan. Onze ouders en andere familieleden gingen met ons mee naar Israël waar wij trouwden als een soort getrouwe kopie van de bruiloft van Kana… Het was voor mijn vader, die inmiddels in een rolstoel vervoerd moest worden, geen gemakkelijke reis, maar de hele onderneming heeft hem en ons ontzettend veel voldoening gegeven.”
“Zowel Brabant als Limburg werden rijker,” zegt hij gekscherend over zijn ‘emigratie’ naar het Venrayse land na zijn trouwen. Een nieuwe periode brak aan waarin hij geld verdiende om te leven maar niet leefde om te werken. Hij en zijn vrouw konden mede daardoor zeer actief in het vrijwilligerswerk in de kerk gaan staan. Het bracht een priester ertoe Guido te vragen of het permanent diaconaat niets voor hem zou zijn. “Deze vraag was voor mij als een teken waarvoor ik al eerder had gevraagd”, geeft hij aan, waarmee hij duidelijk maakt dat hij die positief beantwoordde. Dat kon hij doen omdat ook zijn vrouw er volledig achter stond. Toen wij onze ouders kwamen vertellen dat ik aan een nieuwe opleiding zou gaan beginnen (waarbij iets van management het meest voor de hand liggende leek), was de eerste, spontane reactie van mijn moeder ‘oh jongen, ga je naar Rolduc?’ Zij had dat blijkbaar al lang aan zien komen. Moeders zijn toch van een speciaal soort…
Al gauw bleek dat zijn baan niet goed met de opleiding te combineren was. Op zoek naar een geschiktere baan, kwam ineens een vacature langs van de Dienst Jeugd en Jongeren van het Bisdom. Al vond hij zichzelf daarvoor in eerste aanzet niet de meest geschikte persoon, nu na twee jaar dienstverband voelt hij zich als een vis in het water. Al weet hij nu al één ding zeker: “Ik blijf niet jaren op die stoel zitten. Zeker in de omgang met jongeren – en ik verzeker u dat het enerverend is – verdient het aanbeveling om een jonger iemand het veldwerk te laten doen. Ik denk dat het daarom goed is om de doorstroming in het oog te houden.”
Wat hij na zijn wijding gaat doen? “Voor mij zal waarschijnlijk catechese geven aan volwassenen een speerpunt worden. In mijn stagetijd heb ik er al ervaring mee opgedaan toen ik vier volwassenen heb begeleid om hun weg naar de kerk toe. Dat past ook binnen het kader van wat ik een belangrijke taak van het diaconaat vind: gezicht geven aan de kerk in de maatschappij. Daarbij komt dat nog veel mensen en parochies moeten leren omgaan met het ambt en de persoon van de diaken. Zeker in het noorden van ons bisdom is hij nog een grote onbekende. Ik geloof dat ‘boven Roermond’ er pas zo’n vier of vijf diakens werkzaam zijn. Dus is het aan ons om te laten zien dat permanent diakens volwaardige helpers in de pastoraal kunnen zijn, die daaraan meerwaarde kunnen geven. Om met de woorden van Paulus te eindigen: ‘wilt bidden dat Christus leeft in mij’.”
Jos Valke
Op 17 november wordt Jos Valke (46) uit Maastricht in de kathedraal van Roermond door Mgr. Frans Wiertz tot (permanent) diaken gewijd. In zijn eentje. Een ‘solo-optreden’ voor iemand die in het dagelijks leven een gemeenschapsdier is. Een portret.
Enkele weken na zijn geboorte in Heerlen ter adoptie aangeboden, ontfermde een gezin uit Maastricht zich over deze nieuwe wereldburger. Hij groeide op in de parochie St. Pieter waar hij na zijn Eerste Communie het misdienaarcorps ging versterken. 38 Jaar lang heeft hij deze dienst aan het altaar verricht. “Jammer dat ik er bij het begin van mijn stagejaar als kandidaat permanentdiaken mee moest stoppen,” zegt hij met spijt in zijn stem. “Met nog twee jaar erbij had ik, net als mijn vader en opa, wellicht de onderscheiding Pro Pontifice et Ecclesia gekregen…”
Als tiener groeide hij op in het tijdperk van ‘Jesus Christ Superstar’. Behalve misdienaar was hij lid van een parochiële jongerengroep die werd geleid door kapelaan Jan Prins. Een man die de tiener bewonderde omdat hij – als late roeping – wist wat er in de wereld te koop was en daar ook met beide benen in stond. Mede dit voorbeeld zette de jonge Jos aan het denken: ‘is het priesterschap iets voor mij?’ Terugkijkend op deze periode zegt hij: “Onze Lieve Heer heeft mij een antwoord gegeven op die vraag door Cisca op mijn weg te sturen…” 25 Jaar getrouwd, zijn de voormalige Handelsschooltortelduifjes de trotse ouders geworden van drie dochters.
“Via de kinderen ben ik met veel jongeren in contact gekomen. Het goed kunnen omgaan met jonge mensen, dat ligt mij. Dat klikt meestal gewoon. Daar ligt mijn hart, in het jongerenwerk. Daarom ging ik meedoen aan de tienergroep in de buurparochie in De Heeg. Van daaruit zouden in 2003 een twintig jongeren naar de Wereldjongerendagen in Toronto gaan. Men zocht nog iemand als begeleider en dat werd ik dus. Die reis heeft mijn leven veranderd. In die zin dat ik daar zoveel moois heb mogen ontmoeten in het contact met jongeren, de vriendschapsband die ik met hun voelde, dat mijn geloof weer helemaal oplaaide. Het vuur kwam helemaal terug. Ik dacht: dit is wat ik de rest van mijn leven wil doen; vanuit het geloof werken met jongeren. Het bekeringsmoment weet ik nog precies. Onze kapelaan was bezig biecht te horen op Exhibition Place en ik wachtte op hem vóór de Sint Pauluskerk. Het begon te onweren. Ik vond een schuilplaats door dicht tegen de kerkdeur aan te gaan zitten. Er straalde toen een warmte van die deur, van die kerk af, dat drong door mijn hele wezen heen. Ik wist: hier moet ik iets mee doen…”
En dat deed hij na terugkomst. Een tijd van zoekend oriënteren brak aan, waarbij op den duur zijn verlangen om dicht bij het Sacrament te willen zijn de leidraad werd. Zo kwam hij na een aanvankelijk sterke aarzeling bij het diaconaat uit. Het was alsof allerlei puzzelstukjes bij elkaar kwamen en hem een duidelijk beeld gaven wat hij moest gaan doen. Achteraf bekeken zegt hij: “Ik denk dat ik diep in mijn hart altijd heb geweten, dat dit de weg is die ik naast mijn huwelijk in het leven moet volgen. Alleen: je moet soms eens geduwd worden om te beseffen welke richting je uit moet.”
Naar verwachting krijgt hij na zijn wijding een benoeming in parochies in Maastricht-West. Uiteindelijk bepaalt de pastoor welk werk hij in dat cluster zal gaan verrichten, maar vrijwel zeker zal dat vooral het jongerenwerk zijn. Valke: “Pastoor Gerfen is nog niet zo lang geleden gestart met Life teen. Een project voor en met jongeren dat veel werk met zich meebrengt. Daar zal ik graag in gaan staan vooral omdat de pastoor dezelfde drive voor en geloof in de jeugd heeft. Terecht vind ik, want de jeugd is heel open, staat onbevangen tegenover Kerk en geloof, is niet bevooroordeeld, heeft geen scrupules. Daarom, door hun openheid en eerlijkheid, kun je juist met jongeren bijvoorbeeld goed praten over het belangrijkste wat mensen kan binden en verenigen: de liefde. En liefde is toch het woord waar de Bijbel rondom heen gebouwd is…”
De kracht om dit energieverslindende werk te kunnen doen, haalt Valke uit het gebed. “Ik bid iedere dag dat ik een stuk gereedschap mag zijn van onze Lieve Heer. Dat ik iedere dag opnieuw geboren mag worden als christen. Want daar moet je aan blijven werken. Christen-zijn is niet iets statisch maar moet dynamisch zijn. Het moet verankert zijn in je eigen leven en van daaruit met overtuiging geleefd worden. Doe je dat niet, dan zijn vooral jongeren in staat om een vinger op de zere plek te leggen. Het is niet altijd onterecht dat zij zich wel eens afvragen waar de liefde te vinden is, ook binnen de Kerk…”
Echtgenote Ciska onderschrijft Valkes woorden als hij zegt dat zij instemt met zijn keuze voor het diaconaat. Het is ook een deel van hun levensfilosofie zegt zij: “Wij zijn er voor elkaar en niet van elkaar. Ik heb hem altijd alle vrijheid gegeven om te doen wat hij meende te moeten doen. Andersom gebeurt dat ook. We zijn misschien niet zoveel bij elkaar als andere echtparen, maar het contact en de communicatie is des te intenser. Ook met onze kinderen. Wij hebben niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen.”
Als echt verenigings- en gezelschapmens is Valke toch al heel vaak buiten de deur actief. Door een darmziekte – zij moest al 28 keer worden opgenomen in het ziekenhuis waar zij vier operaties moest ondergaan – is zijn vrouw juist vaak aan huis gebonden. Valke: “Ciska laat me zo vrij dat ik wel eens denk dat ik een getrouwde vrijgezel lijk… Ik ben er dan ook bijna nooit. Maar toch staat de deur van ons huis altijd open. Daarom hebben we trouwens ook geen huisbel. Ciska is bijna altijd hier en dat weet men. Vooral jongeren die thuis bijvoorbeeld niet over zaken die hen raken kunnen praten kunnen dan hier vooral bij Ciska hun ei kwijt. Ik zeg wel eens dat zij meer diaken is, dan ik zal worden…”
|