Filosofie: 'Wonder'

In tijden van persoonlijke ontreddering en maatschappelijke ontwrichting zijn mensen eerder dan dat dit normaal het geval is, geneigd tot het bidden voor het optreden van een ‘wonder’. De corona-crisis is zo’n tijd en inderdaad: om de zoveel tijd hoort men iets van of leest men iets over een gebeurtenis of situatie die als ‘wonderbaarlijk’ beschreven zou kunnen worden. Zo zijn er hoogbejaarde mensen die, nadat zij met het COVID-19 virus besmet raakten, toch genazen zonder dat zij verder met allerlei kwalijke gevolgen van de ziekte geconfronteerd werden en is er blijkbaar een dorpje in Italie, midden in de grote besmettingshaard van Lombardije, waarin niemand een besmetting met het virus heeft opgelopen. De vraag die men zich bij het bestuderen van deze voorbeelden kan stellen, is natuurlijk of het in deze gevallen wel echt om een ‘wonder’ gaat. Maar dan moet men zich eveneens afvragen wat een ‘wonder’ nu eigenlijk is en of zo’n ‘wonder’ wel kan bestaan. 

Deze lezing probeert vooral op de laatste vraag een antwoord te geven. Zij kijkt naar de wijze waarop er in de filosofie, de wetenschap en de theologie naar het ‘wonder’ gekeken wordt. Zij wil nagaan of er zich in deze drie gebieden van onderzoek en denken alleen maar verschillen van mening kunnen voordoen met betrekking tot het ‘zijnsrecht’ van dit verschijnsel of dat er ten aanzien van de ‘werkelijkheid’ hiervan toch ook een overeenstemming van gedachten kan worden gevonden.