Het seminarie in Corona-tijd

Doordat COVID-19 flink om zich heen grijpt, is inmiddels nauwelijks nog een plek op de wereld te vinden waar mensen niet massaal ziek worden door het virus. We spreken van een pandemie en tal van maatregelen moeten ervoor zorgen dat het aantal besmettingen zo veel mogelijk wordt teruggedrongen. Zoals Nederland niet meer hetzelfde is als een aantal weken geleden, zo geldt dat ook voor Rolduc. 

In de gangen is het deze weken veel stiller dan gewoonlijk. De lessen worden niet meer op de gewone manier gegeven, maar Skype heeft een rol gekregen in het lesgeven. De leefgemeenschap van studenten en priesters, die hier op Rolduc onder één dak wonen, kan natuurlijk maar beperkt afstand van elkaar houden, maar we doen dat wel zoveel het gaat. De seminaristen van het Neocatechumenaat en externe docenten geven van huis uit door middel van Skype of een soortgelijk platform. Weer andere docenten geven de voorkeur aan thuisopdrachten. Natuurlijk vraagt dit alles veel flexibiliteit van iedereen, maar al met al kunnen we tevreden zijn over de wijze waarop de lessen worden ingevuld en opgevangen. Ondanks de beperkende maatregelen kan het onderwijsbedrijf enigszins blijven draaien.

De stages zijn natuurlijk wel gestopt, omdat het ontmoeten van mensen niet goed mogelijk is. Dat is immers een van de kernelementen van iedere stage. We proberen op verschillende manier hiervoor een oplossing te vinden, maar gemakkelijk is dat niet. Zo wordt er gezocht naar verschillende vormen van vrijwilligerswerk. Eén van de dingen die inmiddels begonnen zijn, betreft het reinigen van ambulances bij de GGD in Heerlen. Een groep van seminaristen heeft zich, samen met de rector, hiervoor aangemeld. De eerste twee priesterstudenten zijn op Palmzondag begonnen met deze verantwoordelijke en intensieve taak.

De openheid die het seminarie normaal kenmerkt, die is op dit moment echter zeer beperkt. De deur is letterlijk ‘op slot’. De bibliotheek is gesloten voor mensen van buiten en personeel werkt thuis waar dat mogelijk is. Doordat het hotel- en congrescentrum gesloten is, moeten we ons ook wat het eten betreft wat behelpen, maar dat gaat uitstekend. Er wordt goed voor ons gezorgd.

Natuurlijk is het een spannende situatie, zeker omdat we met zoveel mensen in één huis wonen. Gelukkig is, met uitzondering van de rector, niemand ziek geweest. Als voorzorgsmaatregel was de rector wel bijna twee weken in zelf-isolatie, maar blijkbaar heeft dat effect gehad. Inmiddels is iedereen – voor zover we weten – kerngezond. Het enige voordeel van een huisgemeenschap op dit moment, is dat we als een groot gezin nog in staat zijn om samen liturgie te vieren. Weliswaar nemen we ook hier de veiligheidsmaatregelen in acht door verspreid over heel de abdijkerk te zitten en geen bezoekers van buiten toe te laten, maar het blijft gelukkig mogelijk.

Af en toe komt de bisschop – op veilige afstand – op bezoek, om de seminaristen een hart onder de riem te steken. Dat wordt door de seminariegemeenschap zeer gewaardeerd. Zoals voor alle mensen, is het ook voor ons een heel onwerkelijke situatie. De enige troost bij het hele verhaal is dat het een wereldwijd gebeuren is, waardoor ook over culturen heen iedereen weet waar hij aan toe is. We delen niet alleen het geloof van de wereldkerk, maar nu lijdt de wereld ook als een geheel. Er gaat geen dag voorbij waarin we niet bidden voor de slachtoffers van het Corona-virus en voor de mensen in de hulpverlening die nu al hun krachten geven.

Priesterstudenten worden opgeleid om in naam van Christus nabij te zijn in de wereld van vandaag. En zo zijn we er ons ook nu dag na dag en meer dan ooit van bewust dat mensen Gods hulp en genezende kracht nodig hebben. We kunnen in de Kerk maar heel beperkt Pasen vieren, maar desondanks verrijst Christus. Juist nu, hebben we de ontmoeting met de levende Heer heel hard nodig.